VERSLAG VAN L.A. VERBURG UIT ZIERIKZEE





Dit boekje van 40 blz. verscheen in november 1945



INLEIDING


Op 19 oktober 1945, dus kort na de oorlog, sloot L.A.Verburg uit Zierikzee zijn manuscript af. Het verscheen in november 1945 als een dun boekje van 40 pagina's. Verburg werkte op het gemeentesecretarie in Zierikzee. Zijn boekje geeft vooral veel feiten en gebeurtenissen. Op zichzelf al veelzeggend, hoe beknopt ook. Het boekje is, zoals de titel al zegt, een beschrijving van Zierikzee tijdens de oorlog.

Het boekje opent met een foto van Menke Koos van der Beek met een gedicht ter ere van hem. Hij was bij de politie in Zierikzee. Hij speelt een belangrijke rol in het verzet op Schouwen-Duiveland. Van der Beek hoorde bij de tien geëxecuteerden op 10 december 1944.

Verburg besteedt betrekkelijk veel aandacht aan de omstandigheden en arrestatie van de tien van Renesse. Daarom is dit boekje voor deze website van belang.

Aan het slot schrijft Verburg over de evacuatie van het eiland en over de bevrijding van Schouwen Duiveland. Daaruit heb ik uitvoerig geciteerd.

Verburg eindigt zijn Inleiding als volgt: "Van harte hoop ik dat deze samenvatting, ook in later jaren, nog door velen zal worden gelezen, opdat ook de geschiedenis van Zierikzee over de jaren 1940 tot 1945 nimmer vergeten zal worden." Zijn wens wil ik onder dank graag inwilligen. Ik vind het een waardevol geschrift.


Uit ZIERIKZEE TIJDENS DE OORLOGSJAREN 1940-1945

"3 December 1944

Alle mannen van 17-40 jaar moeten zich melden ter gemeente-secretarie, zulks op last van de Duitsche weermacht. In de nacht van 7 op 8 December 1944 worden de politie-ambtenaren C.C. van Ast, J.W. Renshof, A. Pipping en C.J. Klinke, te zamen met de achtergebleven marechaussee, gearresteerd en overgebracht naar het "Wehrmachtsheim" aan de Oude Haven in Zierikzee. De politie wordt voorts ontwapend. Deze arrestaties en ontwapening hadden voor de Duitsers een reden. Zij stonden namelijk in verband met de volgende geschiedenis, welke is ontleend aan een rapport van de heer C.C. van Ast, hoofdagent van politie te Zierikzee:

"Tot 4 Januari 1945 werd met de bedrijfstelefoon van de Provinciale Electriciteits Maatschappij in Zierikzee met de geallieerden in het geheim een verbinding onderhouden, terwijl Schouwen en Duiveland nog in Duitse handen was. Begin December 1944 werd over die verbinding aan de geallieerden gevraagd, een aantal illegalen, afkomstig uit verschillende plaatsen op Schouwen en Duiveland, naar de geallieerde zijde te halen, teneinde daarna bij eventuele landingen behulpzaam te kunnen zijn.

Menke Koos van der Beek, wachtmeester der gemeentepolitie, stond in verbinding met 2 Engelsen en 1 Nederlander afkomstig van een op Schouwen en Duiveland aangekomen zweefvliegtuig, dat een noodlanding had moeten maken, welke personen nà de landing waren ondergedoken bij Joost Ringelberg uit Zierikzee, waar zich tevens een Armeens onderofficier bevond, die aan de spionagedienst ten gunste van de geallieerden meewerkte. In totaal zouden 17 personen door de geallieerden gehaald moeten worden, de militairen inbegrepen.




Foto van Menke van der Beek met politiepet.
Menke had de leiding van de groep.



Maandag 4 en Dinsdag 5 December 1944 werden de telefonische besprekingen met de geallieerde officieren op Sint-Philipsland hervat en werd overeengekomen, dat allen in de avond van 6 December 1944 om 20.00 uur, gehaald zouden worden.

De 17 mensen bevonden zich op de avond voor het bewuste doel om 19.00 uur aan de zeedijk, recht voor de Boerenweg in Zierikzee. Door Van der Beek werden aldaar, met een afgeschermde lamp, seinen gegeven in de richting van Colijnsplaat (Noord-Beveland). Tot 20.30 uur zaten de 17 personen aan de zeedijk, echter zonder iets van de geallieerden te bespeuren, zodat zij allen naar de stad teugkeerden, gelukkig zonder door de Duitsers te worden opgemerkt.

De volgende dag werd weer telefonisch in verbinding getreden met de geallieerden en werd afgesproken, dat zij die avond (7 December), de poging tot overtocht zouden herhalen. Om 20.00 uur zaten dan ook alle 17 personen weer aan genoemde zeedijk. Van der Beek gaf weer seinen met de seinlamp. Van geallieerden werd echter weer niets bemerkt. Later is gebleken, dat de seinen inderdaad door de geallieerden zijn waargenomen, die van Colijnsplaat met een boot waren uitgevaren in de richting van Zierikzee. Omstreeks 20.35 uur moest het seinen worden gestaakt, aangezien een auto voorbijreed. Ongeveer 7 minuten later werd weer geseind, maar later is komen vast te staan, dat deze seinen niet meer door geallieerden zijn waargenomen.

Even na 21.00 uur vertrokken de 17 mensen dan ook weer en zij beschouwden de onderneming wederom als mislukt. Tegen 21.30 uur arriveerden de geallieerden echter alsnog aan de zeedijk, maar de af te halen personen waren inmiddels verdwenen. De geallieerde patrouille is daarop weer naar de boot teruggekeerd en zowel heen als terug moesten ze voorbij een Duitse schildwacht sluipen. Bij het aan boord gaan heeft deze schildwacht waarschijnlijk de aanwezigheid van mensen geconstateerd en schoot een vuurpijl af, teneinde de andere Duitse militairen te alarmeren.

Aangezien de 17 personen inmiddels nog geen kans hadden gezien in Zierikzee een veilig onderkomen te vinden, stuitten ze onderweg op een patrouille van 7 Duitsers. Een hevig vuurgevecht ontwikkelde zich, wat in het voordeel van de Duitsers, door een betere bewapening, wordt beslecht.

7 van de 17 mensen konden nog ontvluchten, maar de andere 10, waaronder Van der Beek, werden gevangen genomen en naar het "Wehrmachtsheim" in Zierikzee overgebracht. Aldaar werd onder andere Van der Beek door de zogenaamde Zollsekretär met een gummistok op beestachtige wijze mishandeld. Inmiddels werden alle ambtenaren van de gemeentepolitie, alsmede de marechaussee, gearresteerd.

Op 8 December 1944 werden bovenbedoelde gevangenen, behalve de heer Lazonder uit Renesse, die bij de gevangenneming zwaar gewond werd, naar Brouwershaven vervoerd en bij het overbrengen naar het aldaar liggende schip wederom beestachtig mishandeld.



Dit is de veerboot 'Zuidvliet'.
Hiermee zijn de 9 mannen + 1 vrouw verscheept
van Brouwershaven naar Ouddorp.

Hans Sakkers schreef me:
"Uit Duitse documenten heb ik gevonden
dat dit de veerboot Zuidvliet is.
Deze ligt gerestaureerd in de museumhaven."
.


Bij het uitvaren uit de haven sprong de Armeense onderofficier overboord. Of deze ontkomen of verdronken is, is niet bekend. Zijn naam was York Mikiniejan, die samen met Van der Beek de stafkaarten bijwerkte.

De andere gevangenen werden hierna opnieuw mishandeld en werden gedwongen voorover op het dek van de boot te gaan liggen. Tegenover iedere man kwam een Duitser te staan, die de kolf van het geweer in de rug van betrokkene duwde. Bij aankomst in Ouddorp, evenals Middelharnis, werden de gevangenen opnieuw op wrede wijze mishandeld.

In Middelharnis werd direct na aankomst begonnen met de zogenaamde berechting. Deze was zaterdagmorgen, 9 December 1944 om ongeveer 03.30 uur afgelopen.

Alle 10 personen werden ter dood veroordeeld, terwijl het vonnis door middel van de strop voltrokken zou worden. ook de zwaargewonde C. Lazonder werd ter dood veroordeeld.

Daarna zijn de 9 gevangenen vervoerd naar Haamstede, waar zij in een bunker werden opgesloten.

's Zondagsmorgens, 10 December 1944, vóór het vervoer naar de plaats van de terechtstelling, heeft Ds. H.C. Voorneveld, Gereformeerd predikant in Haamstede, hen allen geestelijk bijgestaan. Deze heeft voor hen gelezen Psalm 23 ("De Heer is mijn Herder") en op verzoek van de eveneens ter dood veroordeelde I. van der Bijl uit Zonnemaire, las genoemde predikant Psalm 91 ("Die in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten, die zal vernachten in de schaduw des Almachtigen").




Op verzoek van Iman Marinus van der Bijl
uit Zonnemaire las ds. Voorneveld Psalm 91



Daarna zijn de 9 gevangenen in een gesloten huifkar vervoerd naar de laan van "Slot Moermond" in Renesse en aldaar door middel van ophanging ter dood veroordeeld. Onder het zingen van "Een vaste burcht is onze God" zijn allen de heldendood ingegaan.

De lijken moesten op bevel van de moffentirannen 24 uur blijven hangen, terwijl het lijk van de inmiddels op 11 December 1944 overleden C. Lazonder eveneens naast de andere lijken werd opgehangen. De naaste familieleden, alsmede 5 ingezetenen uit iedere gemeente op Schouwen en Duiveland, werden gedwongen langs de slachtoffers te lopen.

Met welk een helden hebben we hier te doen! De moffen hebben niet één woord betreffende het ondergrondse werk uit hen kunnen krijgen. Deze mannen hebben hun jonge leven gegeven voor onze vrijheid. Voor hen waren de woorden "Den Vaderland getrouwe, blijf ik tot in den dood" geen holle phrase! Laten wij, bewoners van Schouwen en Duiveland en met ons alle Nederlanders, deze "mannen van groot formaat" een eresaluut brengen!. Laten wij hen nimmer vergeten; ook hun achtergebleven verwanten niet. De inwoners van Schouwen en Duiveland hebben in dezen een dure ereschuld te voldoen!

Wij leggen op hun graf een bloem,
Geplukt op drooggebleven velden;
Zij delen in de eer, de roem
Van Neerlands dappre vrijheidshelden

Zierikzee rouwt inzonderheid over de dood van de heer Menke Koos van der Beek, geboren te Tegelen op 23 november 1918. Zijn onverschrokken moed en zijn ongeëvenaarde vaderlandsliefde zij ons allen steeds een lichtend voorbeeld.

Zijn leven en zijn jong geluk
Heeft hij voor onze zaak gegeven;
Hij is zijn land, in nood en druk,
Tot in de dood getrouw gebleven.

Onder dagtekening van 10 December 1944 wordt op last van de Duitsers het volgende bekend gemaakt:

"Op last van de Inselkommandant van de Duitse Weermacht wordt bekend gemaakt dat heden, 10 December 1944, door middel van de strop, het doodvonnis is voltrokken aan:

J.P Jonker uit Haamstede;
L.M. Jonker uit Haamstede;
W.M. Boot uit Renesse:
Joh. Oudkerk uit Renesse;
A.M. Padmos uit Renesse;
M.P.M. van der Klooster uit Brouwershaven;
J.A. Verhoef uit Brouwershaven;
I. van der Bijl uit Zonnemaire;
M.K. van der Beek uit Zierikzee.

De secretaris van Renesse, die bij de gevangenneming gewond werd, wordt later berecht.

Dadelijk na de voltrekking van het vonnis, is ter plaatse aan de vertegenwoordigers uit elke gemeente het volgende medegedeeld:

Dit vonnis is voltrokken, omdat deze personen hebben getracht te vluchten en samenwerking te zoeken met de vijand en zich bij hen te voegen, om zodoende gezamelijk de Duitse weermacht te bestrijden. De eigendommen, alsmede vee en levende have, worden verbrand of verbeurd verklaard. De familie van de veroordeelden mag alleen de lijfkleding behouden, die ze aan hebben.

Volgens mededeling van de Inselkommandant bevinden zich op dit eiland nog 2 Engelsen, 1 Nederlander in uniform en 1 voortvluchtige Armeense onderofficier. De bevolking wordt verplicht door samenwerking met de Duitse Wehrmacht deze personen op te sporen. Wanneer deze opsporing plaats heeft vóór dinsdag 12 December 1944 om 12.00 uur, volgen geen strafmaatregelen. Bij aantreffen na genoemd tijdstip worden uit de bevolking verdere gijzelaars gesteld, die eveneens zullen worden veroordeeld tot de strop. Van de bevolking wordt verwacht loyale samenwerking met de Duitse Wehrmacht, of althans neutraal blijven en in geen geval begunstiging van de vijand."


Aldus het rapport van de heer C.C. van Ast, hoofdagent van politie te Zierikzee.



WAT SCHRIJFT VERBURG OVER DE EVACUATIE VAN ZIERIKZEE?

Het is best lastig je een juiste voorstelling te geven van het eiland in de oorlog. Hoeveel mensen kon je op het eiland tegenkomen, bijvoorbeeld? Verburg geeft interessante informatie.
Niet alleen voor Zierikzee, maar voor het hele eiland.

"16 FEBRUARI 1944

Er vindt een vergadering plaats van de burgemeesters van Schouwen en Duiveland, alwaar door de Duitschers wordt medegedeeld, dat Schouwen en Duiveland is aangewezen als evacuatie-gebied en Niemandsland zal worden. Op 5 Maart d.a.v. moet het eiland geheel en al door de bewoners verlaten zijn, terwijl ieder, die zich nadien daar nog vertoont, als parachutist behandeld zal worden.

17 FEBRUARI 1944

Aangeplakt worden bekendmakingen, dat de gemeente vóór 5 Maart 1944 geëvacueerd moet zijn.
De burgerij is verslagen. Op het stadhuis verdringen zich de vragende menschen tusschen de werkende ambtenaren.
De evacuatie neemt een aanvang. Men ziet allerlei vervoermiddelen door de stad rijden. Veel ongevallen en enkele branden gaan met de exodus gepaard. Een groot percentage der bevolking evacueert met de veerboot van Jac.Berrevoets. Volgepropt met menschen, meubelen, beddegoed enz. ziet men het bootje de Ooster-Schelde oversteken in de richting van Colijnsplaat.
Zoo stroomt Zierikzee als het ware leeg, zij het op enkele honderden inwoners na. Verlaten blijft de zoo vertrouwde stad achter en haar bewoners moeten elders in den vreemde een onderdak zien te vinden. Hard valt het afscheid van Zierikzee. Wanneer zal men het weer binnentreden? Het is nog een open vraag.






De officiële bekendmaking in de Zierikzeesche Nieuwsbode van 17 februari 1944
Van de 7000 inwoners bleven slechts een paar honderd over
de zogenaamde onmisbaren
Van heel Schouwen en Duiveland evacueerden ruim 15.000 bewoners.



(---)
8 AUGUSTUS 1944

De Duitschers maken bekend, dat wederom 180 personen uit Zierikzee moeten evacueeren.

27 AUGUSTUS 1944

De Duitschers maken bekend, dat de evacuatie voor de aangewezen personen uit Zierikzee onherroepelijk is geworden en snel voortgang moet vinden.

3 DECEMBER 1944

Alle mannen van 17-40 jaar moeten zich melden ter gemeente-secretarie, zulks op last van de Duitsche weermacht.

(---)

22 DECEMBER 1944

Door de Ortskommandant worden alle inwoners van 17 tot 40 jaar opgeroepen voor arbeidsinzet. In totaal 52 personen. Ze vertrekken om 16 uur. In 3 dagen tijds vertrekken 172 personen.

(---)

26 JANUARI 1945

De Ortskommandant gelast, dat op 27 Januari 1945 alle mannen tussen de 16-65 jaar zich moeten melden.

2 FEBRUARI 1945

Alle vrouwen, uitgezonderd zij die reeds voor de Duitsche Weermacht werken, moeten zich melden bij de Ortskommandant te 8.30 in den morgen.

5 FEBRUARI 1945

De Ortskommandant gelast dat alle mannen van 16-55 jaar zich op 6 Februari 1945 te 8.00 uur, moeten melden, uitgezonderd slagers en bakkers. Met ingang van 5 Februari 1945 te 20 uur, mogen honden niet meer losloopen.

13 FEBRUARI 1945

De Ortskommandant maakt het volgende bekend:
"Vanaf 20 FEBRUARI 1945 mag geen burger het inundatiegebied betreden, zonder begeleiding van een Duitsch soldaat. Die desondanks daar toch aangetroffen wordt, wordt als spion behandeld en moet met de strengste straf rekening houden".

19 FEBRUARI 1945

Te 10.45 wordt de watertoren door de Duitschers opgeblazen, waardoor deze totaal wordt vernield.



Wanneer Duitsers beginnen met de tactiek van de verschroeide aarde is de totale nederlaag nabij. Het duurde tot maandagmorgen 7 mei 1945 voor Schouwen en Duiveland door de geallieerden werd bevrijd.
Hoe veriep die bevrijding, waarnaar zo intens werd uitgekeken en waaraan de Tien van Renesse een belanrijke aandeel hoopten te hebben? Daarover gaat het volgende hoofdstukje.


VERBURG OVER DE BEVRIJDING VAN VAN SCHOUWEN EN DUIVELAND

"In den nacht van Zaterdag 5 op Zondag 6 Mei 1945 wordt schrijver dezes telefonisch door den burgemeester van Kortgene medegedeeld, dat de geallieerden in de loop van Zondagmorgen, 6 Mei, naar Schouwen en Duiveland zullen vertrekken.

In verband daarmede arriveert Zondagmorgen ook de burgemeester van Zierikzee, Jhr.Mr.J.Schuurbeque Boeije te Colijnsplaat, gereed om naar zijn gemeente terug te keeren.
Aangezien des Zondags de weersgesteldheid voor de geallieerden niet voldoende gunstig blijkt te zijn, wordt de overtocht uitgesteld tot Maandagmorgen, 7 Mei 1945, te ongeveer 7.30 uur.

Op genoemd uur heeft zich op de haven van Colijnsplaat reeds een groot aantal Engelsche militairen (z.g.n. commandotroepen, met de bekende groene muts, no. 47) verzameld.

Van de landingsvaartuigen is op dat oogenblik echter nog niets te bespeuren. Deze ziet men eerst te omstreeks 8 uur verschijnen vanuit de richting Katsche Veer. Het zijn platte, grijsgeschiilderde vaartuigen. Aan de voorzijde zijn zij voorzien van een soort deur, welke geopend kan worden en alsdan als loopplank dienst doet.

Te omstreeks 8.15 uur begeven de commando's zich aan boord, zwaar bewapend met moderne tommi-guns enz. De "Royal Artillery" rondom Colijnsplaat heeft inmiddels de kanonnen opgesteld, met de vuurmonden in de richting Schouwen en Duiveland, gereed om hun kameraden in de booten hulp te verleenen, wanner de moffen het alsnog in hun hoofd zouden halen tegenstand te bieden.

Om 8.30 uur verlaten de 3 landingsvaartuigen, voorzien van een groote witte vlag, de Noord-Bevelandsche kust en zetten koers in de richting van Zierikzee.

Halverwege de Ooster-Schelde blijven 2 der vaartuigen heen en weer varen, terwijl de derde, met de witte vlag geheschen, koers zet naar den Schouwschen dijk tusschen het Westelijk havenhoofd en den Boerenweg. Daar aangekomen begeven de Britsche onderhandelaars zich naar den Duitschen commandant te Zierikzee, met wien de overgave wordt besproken.

Na eenigen tijd ziet men te Colijnsplaat ook de beide andere vaartuigen koers zetten naar de Schouwschen kust, hetgeen als een gunstig teeken wordt beschouwd. Inmiddels worden de onderhandelingen in Zierikzee voortgezet en de Duitschers verklaren zich bereid terug te trekken op het Westelijk gedeelte van het eiland.

Twee van de landingsvaartuigen begeven zich daarna weder naar Colijnsplaat, waar zich intusschen verschillende burgemeesters en een groot aantal politie-ambtenaren hebben verzameld, klaar om naar Schouwen en Duiveland te worden overgebracht, teneinde aldaar de bestuurstaak, respectievelijk de handhaving van de orde en rust, voor hun rekening te kunnen nemen. Even na aankomst, ongeveer te 3 uur in den middag, begeven zich bedoelde personen aan boord.

Het eene vaartuig is bestemd voor de burgemeesters, enkele burgerambtenaren en de politie; het andere voor den inmiddels ook aangekomen Militairen Commissaris voor Schouwen en Duiveland, kapitein Ir. C. B. Roest en zijn helpers.

Kort daarop verlaten de booten de Noord-Bevenlandschen kust en zetten koers in de richting Zierikzee. Halverwege de Ooster-Schelde cirkelt een klein legervliegtuig laag boven de booten. Gevaar voor beschieting bestaat er thans gelukkig niet meer.

De booten bereiken weldra den zeedijk even ten westen van de havenmond. De in de morgenuren aan land gezette troepen ziet men ijverig den dijk op en neer sjouwen. Zij halen n.l. materiaal uit hun boot. Aan de glooiing ziet men, tot groote verbazing nog een gewapend Duitsch officier staan. Het schijnt, of hij van de capitulatie weinig of niets heeft vernomen. Bij het aan land gaan wordt ons medegedeeld, dat wij ons niet mogen begeven buiten de strook, door de Britsche soldaten met witte banden aangegeven, terwijl men zich op den dijk niet buiten den betonrand mag begeven. Gevaar voor landmijnen! Slechts enkele minuten vóór onze aankomst kwam een verpleegster uit het ziekenhuis te Noordgouwe met een landmijn in aanraking en werd zeer ernstig gewond (zij overleed nog denzelfden dag).

Welk een droevig gezicht vertoont het Schouwsche landschap. Alles water en nog eens water rond de stad. Slechts hier en daar steekt een half woonhuis of een stuk muur boven de eindelooze watervlakte uit. Dat alles was, volgens de Duitschers, "kriegswichtig"!

Over de betonrand begeven we ons daarna naar den Boerenweg. Tot onze groote verwondering zien we daar nog Duitschers in volle vrijheid voorbij fietsen, met het geweer op den rug. Onbegrijpelijk op het eerste gezicht!

Inmiddels zijn enkele boerenwagens uit Zierikzee aangekomen waarop we verder naar de stad vervoerd worden.

Dichtbij Zierikzee gekomen stappen we van de wagen af en onder het zingen van Vaderlandsche liederen marcheeren we verder de stad in naar het Havenpark, waar de "stoet" ontbonden wordt en waarna een ieder tracht een onderdak te verkrijgen, teneinde den volgenden morgen een aanvang te maken met den "wederopbouw" van Zierikzee. De stad vertoont duidelijk de sporen van den oorlog, al blijkt de schade in hoofdzaak te zijn aangebracht aan ruiten en pannen. Toch zullen er voorloopig handen tekort zijn om alles weder in normale banen te leiden. Een uitgebreid arbeidsveld, voor hen die weten aan te pakken, ligt gereed.

Zierikzee is dus bevrijd! De vreugde straalt van de gezichten der achtergebleven bewoners af. Ze kunnen het zelf nog niet gelooven: bevrijd! Verlost van de tyrannie. Het is ook bijna ongeloofelijk. Na 5 jaren bezetting.

Intusschen worden N.S.B.-ers en andere landsverraderlijke elementen door de politie gearresteerd en achter slot en grendel gezet. Voorts wordt een aantal zoogenaamde moffenmeiden "geknipt", hetgeen voor velen een aangename verpoozing beteekent.

Op 10 Mei 1945 wordt 's middags in de Christelijk Gereformeerde Kerk een kerkdienst gehouden, teneinde God te danken voor de geschonken bevrijding. Sprekers zijn: Ds. F.C.Kleinman. Nederlandsch Hervormd predikant te Renesse (tekst: Genesis 32:10) en ds. J.Meester, Gereformeerd predikant te Brouwershaven (tekst Ps.46:10).

Op 11 Mei 1945 vindt een kranslegging plaats in de laan van Slot Moermond te Renesse, waar op 10 December 1944 de vrijheidshelden ter dood werden gebracht.

De Militaire Commissaris voor Zeeland, overste Slot, alsmede Ds.H.C.Voorneveld, Gereformeerd predikant te Haamstede, voeren daarbij het woord. Door de aanwezigen, waaronder familie van de slachtoffers, wordt het Wilhelmus gezongen.

In de avonduren van 11 Mei 1945 wordt te Zierikzee met enige feestvreugde de bevrijding gevierd.

Door sergeant Kik, van het Nederlandsche Roode Kruis, worden daarbij sigaretten en chocolade gratis aan de bevolking uitgedeeld.


Met het vorenstaande meen ik dit overzicht te mogen beëindigen. Een boeiend verhaal is dit geschrift niet geworden, doch zulks lag ook niet in mijn bedoeling. Wanneer dit boekwerkje echter nog vele jaren nà heden de herinneringen aan de jaren 1940-1945 zal kunnen levendig houden, is mijn doel bereikt.


Zierikzee, 19 October 1945


L.A.VERBURG